Close
Peter van Haasen

Over Mij

Peter van Haasen

Mijn schrijfsels zwerven nu maar rond op social media; tijd dat ze een vaste plek krijgen

'Woorden vervliegen, wat opgeschreven is blijft'

Voormalig Tweede Kamerlid van de Partij voor de Vrijheid.

Prev Next
4 februari, 2026

Stop met subsidie voor schijndemocratie

Zonder leden maar ook zonder subsidie - dát is pas democratie

Wij zijn bezig met de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen. Een groot deel daarvan verloopt via sociale media zoals Facebook, X en Instagram. Vaak krijgen we het verwijt te horen: "De PVV is een éénpersoonspartij, alleen Geert Wilders is lid. Waarom zou ik daar op stemmen?"

Dan vragen wij: bent u zelf lid van de partij waarop u stemt? Meestal blijft het stil. Dat is niet vreemd, want het merendeel van de Nederlanders is geen lid van een politieke partij.

Laten we eens twee partijen vergelijken: D66 en de PVV. Beide kregen bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen nagenoeg hetzelfde aantal stemmen: ongeveer 1,75 miljoen. D66 probeert een partij zoals de PVV zelfs te verbieden, terwijl ze zelf nog geen 30.000 leden hebben die de partijkoers en de kieslijst mogen bepalen. Deze 30.000 leden beslissen dus feitelijk voor 1,75 miljoen D66-kiezers - slechts 1,66 procent van hun stemmers. 98,34 procent van hun eigen kiezers heeft helemaal geen invloed gehad. Dat is de schijndemocratie van D66, die ze nu ook aan een andere partij willen opleggen.

Het verschil in democratie tussen D66 met leden en de PVV zonder leden is dus minimaal. Beide groepen kiezers - samen zo'n 3,5 miljoen mensen - hebben in de praktijk evenveel invloed: vrijwel niets tot niets. Het zijn miljoenen kiezers die de koers bepalen, niet een paar duizend leden in een achterkamertje.

Politieke partijen ontvangen een vast bedrag per fractie van zo'n 290.000 euro fractiebudget, plus bijna 90.000 euro per Tweede Kamerzetel, bestemd voor personeel, ondersteuning, kantoorartikelen en andere kosten. Partijen met leden krijgen daarbovenop nog miljoenen aan partijsubsidie. Zij verdelen onderling een pot van ruim 30 miljoen euro, deels op basis van het aantal zetels en deels op basis van het aantal leden. Dit deel is bedoeld voor ledenwerving, scholing, onderzoek, congressen en contact met de leden.

Een deel van de subsidie wordt dus verdeeld naar rato van het aantal leden. Hoe meer leden de ene partij krijgt, hoe minder er in verhouding overblijft voor de andere. Het aantal zetels blijft vast op 150, maar het ledenaantal kan sterk variëren. De ledengroei van de ene partij kost de andere partij letterlijk geld, zelfs als die partij meer zetels heeft in de Tweede Kamer. Dat is democratisch krom.

Het uiteindelijke resultaat: de PVV floreert al jaren zonder één cent subsidie, terwijl ze tot de grote partijen van Nederland behoort. 1,75 miljoen PVV-stemmers sponsoren via hun belastinggeld zelfs andere partijen waar ze niet op hebben gestemd, of waar ze een bloedhekel aan hebben.

Wie écht wil breken met de Haagse subsidiecultuur en met schijndemocratie, stemt op een partij die het zonder die extra pot doet en toch honderdduizenden mensen achter zich heeft.
Lidmaatschap zegt dus helemaal niets. Stemmen zegt alles. Dáár begint echte democratie.